Het Denken kan het Voelen niet negeren als het Vrij wil Zijn

Ik begin mijn blog op Bevrijdingsdag 2012 met een sprookje, waarna ik de moraal van het verhaal vertel en de clou op het einde, met persoonlijke bevrijding constant in het achterhoofd.

Moedige prinses redt haar paleis van stank en leeft nog lang en eindelijk gelukkig

Er was er eens een prinses die in een heel mooi paleis woonde. Ze woonde daar al erg lang hoewel niet echt gelukkig. Zij was gehecht aan hoe de dingen er in het mooie paleis aan toe gingen en hield niet van verandering. De prinses was vaak onrustig, ietwat geïrriteerd en ontevreden. Maar ze wist niet waardoor dat kwam en deed net alsof dat niet zo was.

De prinses speelde graag op de tweede verdieping van het paleis en op de zolder. Beneden kwam ze niet. Op zolder heerste er orde. Zij had de dingen daar zo gerangschikt zodat zij ze precies wist te vinden. Wanneer het er te vol werd, ruimde ze op; ze gooide zelfs weleens wat dingen uit het raam als zij ze niet meer om zich heen wilde hebben. Op zolder was alles precies zoals zij het graag wilde.

Op een dag rook de prinses iets vreemds. Een onaangename geur leek zich te verspreiden en bereikte ook de tweede verdieping en de zolder. Dit was bijzonder vervelend voor de prinses want ze had een goede neus en in tegenstelling tot de dingen die ze uit het raam kon gooien als die haar niet meer bevielen, kon ze niets doen aan deze nare lucht.

Ze probeerde de walm te negeren maar toen deze een regelrechte stank werd kon ze er niet meer omheen: er was iets mis! Zou er op het naburig landgoed iets liggen te rotten? Ze stuurde er een lakei naartoe maar die kwam terug zonder verklaring. De stank werd nu ondraaglijk. De prinses vreesde met grote vrezen dat er iets mis was IN haar eigen mooie paleis!

Op de tweede verdieping en op de zolder was niets dat een nare geur zou kunnen verspreiden. Ze schikte nieuwe rozen, brandde zelfs wierook en besprenkelde zichzelf en ook het personeel met extra eau de toilette. Niets mocht baten; de stank werd alleen nog afschuwwekkender.

Op de eerste verdieping, de begane grond en in de kelder kwam de prinses nooit. Ze vond dat daar enge dingen stonden en lagen die ze niet begreep, die ze lelijk vond en waar ze vies van werd. Maar ze begon met angst en beven te beseffen dat de stank wel daar vandaan móest komen. Het personeel had geen bevoegdheid om dingen weg te gooien en zo zat er voor de prinses niks anders op dan op een kwade dag in eigen persoon naar beneden af te dalen om te zoeken naar wat er toch zo’n verschrikkelijke stank verspreidde.

Ze verzamelde al haar moed, bedwong al haar angsten en begon alle dingen die haar op deze lagere verdiepingen vreemd en lelijk voorkwamen eens wat beter te bekijken. Op de eerste verdieping vond zij niks alarmerends. Op de begane grond was niets waaraan een luchtje zat. Toen moest ze wel de lange keldertrap af om daar de boel te onderzoeken.

Al bij het openen van de kelderdeur viel ze bijna flauw van de niet te harden lucht die nu haar longen vulde. Maar de prinses bleek sterker dan ze van zichzelf dacht en durfde toch de treden af te gaan. Beneden aangekomen wenden haar bange ogen aan het duister en zag ze tot op het bot geschokt een aantal lijken verspreid over de keldervloer! De oorzaak van de stank was gevonden.

Omdat het personeel niets weg mocht gooien moest ze het zelf doen. Een voor een moest ze de lijken vastpakken, de ene aan een dood been, de ander aan zijn gescheurde jas, een derde aan zijn haar… Terwijl de prinses aan de lichamen sjorde begon zij ze te herkennen: het waren personen die haar heel vroeger hadden laten schrikken, pijn hadden gedaan of verkeerd hadden begrepen. Om de prinses te beschermen was er een regel in het paleis die zei dat als je de prinses zou kwetsen, je zou worden verbannen naar de kelder. Eenmaal daar opgesloten werden die mensen vergeten en stierven daar de hongerdood. En na zoveel tijd en in het aantal waarmee ze er inmiddels lagen, waren zij zo begonnen te stinken!

De prinses sjouwde stuk voor stuk de bijna ontbindende lichamen met een haast bovenmenselijke inspanning de trap op en duwde ze de voordeur uit, waar ze door de gemeentereinigingsdienst waarvoor de prinses belasting betaalde, verder werden afgevoerd.

Steeds meer lijken bracht de prinses tot over de drempel van de voordeur van het mooie paleis, totdat de kelder geen lijken meer bevatte en de prinses bijna geen kracht meer bezat.

Ze had het huilend, walgend en niet-begrijpend gedaan. Ze had de kelder opgeruimd en schoongemaakt. Ze had er de wind doorheen laten waaien tot het niet meer stonk, ze had er meer licht gemaakt zodat het niet zo eng meer was, ze kende nu alle hoeken en gaten van deze gewelfde ruimte en had er uiteindelijk geen angst meer voor. De prinses voelde zich reuze trots, opgelucht en tevreden dat zij zelf de oorzaak van haar ongemak had aangepakt en opgelost. Ze was in het bijzonder in haar nopjes met de moed en de kracht die zij had gehad om deze klus te klaren. Ze voelde zich moe maar voldaan en was in tijden niet zo ontspannen geweest. Ze ging eens zitten op de keldervloer. Dat was eigenlijk heel prettig nu de kelder geen geheimen meer had voor haar. Ze merkte dat het in de kelder van het mooie paleis veel stiller was dan boven en vond dat verrassend aangenaam.

Zo ontdekte de prinses dat haar mooie paleis nog veel mooier was dan ze al dacht want het bleek een heel fijne, rustige plek te bieden daar in de kelder waar ze het, eerlijk is eerlijk, misschien nog veel fijner vond dan op zolder. Op zolder heerste dan wel orde en schoonheid in allerlei prullaria en dure dingen; in de kelder heerste een eenvoud die de prinses niet eerder had kunnen waarderen. Ja, ze kwam eigenlijk helemaal tot rust op die ooit zo gevreesde plek!

Vanaf die tijd leefde de prinses in haar HELE paleis, zowel boven als beneden, van de zolder tot de kelder en op alle tussengelegen verdiepingen. Voor amusement van culturele waarde, voor studie en werk was ze meestal boven, en voor rust en fantaseren, mijmeren, dromen en ontspanning was ze vaak beneden. De prinses merkte dat ze een heel ander persoon werd. Ze voelde zich sinds de schoonmaak van de kelder een veel completer mens. Bovendien was ze sindsdien haast nergens meer bang voor en dit maakte haar veel krachtiger en nog moediger. Omdat ze vaak lekker ging uitrusten in de kelder en daar helemaal tot zichzelf kwam, werd zij een veel ontspannenere prinses; ze was vaker vrolijk en lachte regelmatig zomaar om kleine dingen. Ze werd gewoon een veel leukere prinses!

De lakeien merkten het ook, en de dorpelingen, de bakkersvrouw en de molenaar (op wie de prinses eigenlijk al heel lang en heel stiekem een oogje had): de prinses was er beslist op vooruit gegaan sinds de grote opruiming van de lijken uit de kelder. En de prinses? Die was voor het eerst sinds zij zich kon heugen rustig en tevreden, en zij leefde nog lang en gelukkig…”

Moraal van het verhaal

De meeste mensen leven vanuit hun denken en moffelen onaangename gevoelens weg, zoals in het mooie paleis iedereen die de prinses gekwetst had, naar de kelder werd verbannen.

Het onbewuste waar wij onze nare herinneringen naartoe verbannen, is net als de kelder: een plek die eigenlijk heel prettig is, rust kan bieden, omhulling, vrede en eenvoud; in tegenstelling tot de “zolder”; in ons hoofd en in het denken, waar het altijd druk en vol is, omdat dat nu eenmaal zo hoort in het denken.

Wanneer wij niet meer in de diepte van onszelf durven af te dalen uit angst voor wat daar weggemoffeld en opgesloten ligt, missen wij een belangrijk deel van onszelf, kunnen niet echt meer ontspannen en komen niet echt meer tot rust, wat spanning veroorzaakt en kribbigheid of een enorme gelatenheid.

We kunnen niet doen alsof de “lijken” er niet zijn en ze in 1 zwiepende beweging wegvegen om zo weer bezit te nemen van onze fijne “kelder”. Voordat we ons de “kelder” weer hebben eigengemaakt moeten we de “lijken” durven vastpakken, optillen, wegdragen en ons ervan ontdoen. Daarna is de “kelder” weer van ons! Dan kunnen we in de diepte van onszelf weer rust en ruimte vinden waaruit we inspiratie kunnen opdoen, waar we ons kunnen opladen, waar we vanuit het onbewuste op een heel andere manier gevoed worden dan in de “bovenkamer”.

Met De Sedona Methode accepteren en verwelkomen we alle herinneringen, gedachten en emoties die we liever niet zouden willen hebben, om ze vervolgens los te laten, op te ruimen, over de drempel heen te dragen waarna ze verder worden opgeruimd, opgelost, weggespoeld… Het eerst accepteren en verwelkomen van dat wat je weg wilt doen is noodzakelijk omdat je, zolang je het niet eerst “vastpakt”, niet zelf de keuze kunt maken om het weg te doen, los te laten, te laten oplossen, smelten, wegwaaien of in welke termen je ook maar wilt spreken wanneer je je van iets ontdoet tijdens het loslaten.

Dit betekent niet dat je heel erg lang met iets hoeft rond te lopen voordat je het los kunt laten. Integendeel, je hoeft het maar heel kort vast te houden om bewust die keuze te kunnen maken of je het wilt laten gaan of niet. En als je het toch langer bij je wilt houden; als je in de prinses-metafoor gesproken een tijdje met zo’n “lijk” aan de haal  wilt gaan, dan mag dat ook. Maar weet dan dat je daar zelf voor kiest. Besef dat jij het bent die ervoor kiest om iets dat je vervelend vindt toch bij je te houden, of los te laten.

De prinses voelde zich voordat het in het mooie paleis begon te stinken al niet erg goed, hoewel ze het nog kon verbergen. Toen het ondraaglijk begon te stinken lukte het haar uiteindelijk om de kelder schoon te maken en de oorzaak van het ongenoegen op te ruimen.  Als bonus ontdekte zij dat die ruimte een kwaliteit had die de andere kamers van het mooie paleis niet hadden: rust, vrede, stilte, ruimte, veiligheid en geluk.

De clou

Hoe is het met jouw “kelder”? “Speel” jij ook liever in de “bovenkamer”? Doe jij ook liever aan denken dan aan voelen? Heb je een plek waar je je echt kunt ontspannen en opladen, vanbinnen, in jezelf? Durf je daar te komen of weet je niet eens meer dat die plek er is? Is er al voldoende ongenoegen (“stank”) om eens te onderzoeken wat je weg wilt doen?

Het is vandaag Bevrijdingsdag. Ik proost op de vrijlating; het loslaten van al datgene dat ons hindert om werkelijk tot rust te komen. Ik wens dat iedereen zijn “kelder” durft schoon te maken opdat het diepste in jezelf weer vrij toegankelijk is en kan dienen waar het voor bedoeld was: tot rust komen, vrede vinden vanbinnen, je laven aan de stilte, het bijtanken en het jezelf opladen.

Op vrijheid,

Miriam Aziz

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: